Zwols Dichterscollectief
Doel  |  Werkwijze  |  Het collectief  |  Activiteiten  |  Contact

 

 

Eindejaars bundel 2009

 

Devolutie
Hoe de mens weer aap wordt

De 8 leden van het Zwolse Dichterscollectief nemen met deze digitale dichtbundel afscheid van het Darwinjaar 2009 .
Is de homo sapiens een homo insipiens gebleken en wordt Kopenhagen blijvend symbool van zijn laatste stuiptrekking? Of staan we aan het begin van de homo durabilis?

Elk van de 8 gedichten biedt u een wereldreis in een zelf gebouwde Beagle naar het begin.


Mij geen zorg

Nu het zeker is dat we terug
zullen keren en ook ik de knop
heb omgedraaid, wordt het draaglijk:
eindelijk weer haar op mijn hoofd

straks ook op rug en benen
geen kleding meer
de huid weer huid
blaren weer blaren

ook op de tong
als we de kruiden eten
rechtstreeks van de steel

alleen nog hoeh en haah
om op gevaar te wijzen

het wordt een rijke tijd
met noten in de grond
en dadels aan de bomen

wie ziek is sterft gewoon.

Trijntje Gosker



Imitatio

Vooruit,
we bouwen in stijl. Gescheiden door glas
wonen wij ieder voor zich in stenen kooien,

met schuine ogen en spelenderwijs
leren wij doodgewoon
zonder overlast.
Nog is het goed voor elkaar

maar onderweg denken wij
aan gouden bergen.
Meer, meer

los van elkaar (dat is bewezen),
apen wij als beste

Anna Hoogendoorn


Achteruit


Als ik het vermogen bezat
achteruit te lopen
in de tijd
zou ik dan een aap waarnemen
die veel weg heeft van
oom Nico?

Oorlogen eindigden in vrede
Amerika land van de Indianen
Australië van Aboriginals

Geld was nog geen speelgoed
maar helaas
drank ging weer terug in de fles

zou ik dan na heel veel lopen
mijn vrouw een appel laten eten?

Frans Leenderts

 

Hoe het werd


Zij dalen neer op wat wij hebben achter gelaten,
graven in water,
in overstroomde binnenzeeën
met machines die wij nooit zullen kennen,
ze praten zoals wij dat niet konden.

Ach, zeggen ze, - misschien met hoofdschudden,
geschubde middelvingers
of koel benoemend, zichtbaar als wind -
ze dachten niet aan later.
Ze vraten zich vol, ze aten zich rond,

ze gooiden zichzelf
om zich heen als losse confetti
dat alleen nog maar kon dalen
in het allergrootste huis
en de hoogste torens.

Of was er nog een evolutie?
Zijn er exemplaren die leerden
van dinosauriërs en heilige armen
en zon en de bergtoppen
van zonder meer?

Ach nee, zeggen ze dan misschien,
neuzen of kieuwen ophalend, gutgut zeggend
of klikkend of lispelend –
ze werden wat ze waren.
Ze bevuilden zichzelf.

Gaya Lyn

 

Devolutie


Je ogen schuilen diep
mijn armen worden lang
leggen een strik om jou
je bent behaard en rood
mijn voeten krommen zich
een hand klauwt in je rug
dan vaart een smalle boot
ons snel naar open zee
vluchten we voor de dood
en raken aangespoeld
in een verlaten paradijs

Corrie Kopmels



Paraaf

Toen zij haar paraaf
op het ijs krulde
haar driedubbele
rietberger deed
en viel

schampte ze
de moederschoot

begon het grote glijden
voorbij holoceen
en pleistoceen

tuitte zij haar
interglaciale
lippen

Hein van der Schoot


Thuis


Ik was de stad ontvlucht, tenminste
tot dat punt waar fly-overs over rafelranden gaan
Waar jongens van vijftien tractoren besturen &
er van dromen tankstations te beroven &
cocaïne te kopen

Een stad is kroeg in kroeg uit &
tientallen bruggen die samen cirkels vormen.
Het water is bruin en de struiken zijn bruin &
behangen met zwerfvuil

Overal kleeft wat mensen
niet meer wilden
of moesten achterlaten.

Bij terugkomst ontdek ik dat alleen het lopen
mij nog niet is afgenomen
Ik maak keelgeluiden naar voorbijgangers,
mijn knokkels slepen over het trottoir,
ik krijg veren &
de veren worden schubben.

Ontluikende kieuwen dwingen
mij het donkere water in.

Bouke Vlierhuis


Weg van terug


En ik die de uitgang zocht
vond haar hoog
op haar pumps aan de stadsrand,
haar avondtasje dicht tegen zich aan.

‘Kom!’ zei ik. Huiverend
in haar lichtroze deux pièces
staarde zij achter de weg in het duister.

Vocht, stilte en kruidige mestgeur slopen naderbij,
openden de cirkel, doopten
met krampende vingers.
Een hond huilde uit een verzonken boerderij.

‘Hier , een duffelse jas -
Ik heb het huis en de vliegtickets verkocht,
voedsel en brandhout naar de blokhut gesleept.’

Ze keek naar de bomen langs de weg
massief, goedig geschouderd
tegen de wind, die blind haar haren bespeelde, dromend
oude dromen, onttrokken aan de tijd.

Een kreet vlakbij schrok de schaduwen op,
doofde in hevig geritsel. Ze rilde
opnieuw, de ogen verwijd tot de nachtblauwe hemel:
‘Het is te laat.’

Ze raapte haar tasje van de grond,
stiftte haar lippen
en reed ons terug naar de stad.

 

Theo van de Vliet

 

x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x

 

'Dichter bij de Molen'

zaterdag 25 april 2009
We luidden de lente in met poëzie en muziek…

in De Duif, de molen van Nunspeet
Thema: ‘Wat bezielt je?’

Met:
het Zwols Dichterscollectief :Trijntje Gosker, Anna Hoogendoorn, Corrie Kopmels, Bouke Vlierhuis, Theo van de Vliet,
een muzikale / poëtische bijdrage van Janpieter Boudens en de Zwolse rappers: ZOIEZO
("JG" = Jeroen Gaarthuis, "Robbie"= Robert de Reu en "de GVZ" = Jorden van den Berg)
Open Podium, gepresenteerd door Janpieter Boudens:
Presentatie door Trijntje Gosker van haar bundel 'Het wieken van de duif'.
Optreden van: Kees Keizer (Nunspeet) en Schrijfgroep ‘Sleutel’ (Nunspeet)
En een culturele bijdrage van leerlingen van het Nuborgh-college (Nunspeet).

x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x.x

Klik HIER en bekijk de activiteiten van het Dichterscollectief in 2008

   

 

 
webdesign: driezendesign.nl